Apenpokken is een zeldzame ziekte, die wordt veroorzaakt door infectie met het apenpokkenvirus. Dit virus behoort tot het orthopoxvirus geslacht in de familie Poxviridae. Het geslacht Orthopoxvirus omvat ook het variolavirus (dat pokken veroorzaakt), vacciniavirus (gebruikt in het pokkenvaccin) en koepokkenvirus.

Apenpokken werden voor het eerst ontdekt in 1958 toen twee uitbraken van een pokkenachtige ziekte plaatsvonden in kolonies apen die voor onderzoek werden gehouden, vandaar de naam ‘apenpokken’. Het eerste menselijke geval van apenpokken werd geregistreerd in 1970 in de Democratische Republiek Congo (DRC) tijdens een periode van geïntensiveerde inspanningen om pokken te elimineren. Sindsdien is apenpokken gemeld bij mensen in verschillende andere Centraal- en West-Afrikaanse landen: Kameroen, Centraal-Afrikaanse Republiek, Ivoorkust, Democratische Republiek Congo, Gabon, Liberia, Nigeria, Republiek Congo en Sierra Leone. De meeste besmettingen zijn in Democratische Republiek Congo.
Apenpokkengevallen bij mensen hebben zich buiten Afrika voorgedaan in verband met internationale reizen of geïmporteerde dieren, waaronder gevallen in de Verenigde Staten, evenals Israël, Singapore en het Verenigd Koninkrijk.
De natuurlijke bron van apenpokken blijft onbekend. Afrikaanse knaagdieren en niet-menselijke primaten (zoals apen) kunnen het virus echter bij zich dragen en mensen infecteren.

Tekenen en symptomen
Bij mensen zijn de symptomen van apenpokken vergelijkbaar met pokken, maar met mildere symptomen. Apenpokken begint met koorts, hoofdpijn, spierpijn en vermoeidheid. Het belangrijkste verschil tussen symptomen van pokken en apenpokken is dat apenpokken ervoor zorgen dat lymfeklieren opzwellen (lymfadenopathie), terwijl pokken dat niet doen. De incubatietijd (tijd van infectie tot symptomen) voor apenpokken is meestal 7−14 dagen, maar kan variëren van 5−21 dagen.

De ziekte begint met:

  • koorts
  • hoofdpijn
  • spierpijn
  • rugpijn
  • gezwollen lymfeklieren
  • rillingen
  • uitputting

Binnen 1 tot 3 dagen (soms langer) na het verschijnen van koorts ontwikkelt bij de patiënt uitslag, vaak beginnend op het gezicht en zich vervolgens verspreidend naar andere delen van het lichaam.

Weefselbeschadigingen doorlopen de volgende stadia:

  • macules (vlekken)
  • papules (puisten)
  • blaasjes
  • korsten

De ziekte duurt meestal 2−4 weken. In Afrika is aangetoond dat apenpokken de dood veroorzaken bij maar liefst 1 op de 10 personen die de ziekte oplopen.

Besmetting
Overdracht van apenpokkenvirus vindt plaats wanneer een persoon in contact komt met het virus van een dier, mens of materiaal dat besmet is met het virus. Het virus komt het lichaam binnen via een beschadigde huid (zelfs als deze niet zichtbaar is), de luchtwegen of de slijmvliezen (ogen, neus of mond). Overdracht van dier op mens kan plaatsvinden door bijten of krabben, bereiding van bush voedsel, direct contact met lichaamsvloeistoffen of laesiemateriaal, of indirect contact met laesiemateriaal, zoals via besmet strooisel. Van overdracht van mens op mens wordt gedacht dat deze voornamelijk plaatsvindt via grote ademhalingsdruppels. Ademhalingsdruppels kunnen over het algemeen niet meer dan een paar meter reizen, dus langdurig face-to-face contact is vereist.
Andere overdrachtsmethoden van mens op mens omvatten direct contact met lichaamsvloeistoffen of laesiemateriaal en indirect contact met laesiemateriaal, zoals via besmette kleding of linnengoed.
De bron van de gastheer (belangrijkste ziektedrager) van apenpokken is nog onbekend, hoewel Afrikaanse knaagdieren vermoedelijk een rol spelen bij de overdracht. Het virus dat apenpokken veroorzaakt is slechts twee keer teruggevonden (geïsoleerd) van een dier in de natuur. In eerste instantie (1985) werd het virus teruggevonden bij een ogenschijnlijk ziek Afrikaans knaagdier (touweekhoorn) in de evenaar regio van de Democratische Republiek Congo. In de tweede (2012) werd het virus teruggevonden van een dode baby mangabey gevonden in het Tai National Park, Ivoorkust.

Preventie
Er zijn een aantal maatregelen die kunnen worden genomen om infectie met apenpokkenvirus te voorkomen:

  • Vermijd contact met dieren die het virus kunnen herbergen (inclusief dieren die ziek zijn of die dood zijn gevonden in gebieden waar apenpokken voorkomen).
  • Vermijd contact met materialen, zoals beddengoed, die in contact zijn geweest met een ziek dier.
  • Isoleer geïnfecteerde patiënten van anderen die risico lopen op infectie.
  • Beoefen een goede handhygiëne na contact met besmette dieren of mensen. Bijvoorbeeld het wassen van je handen met water en zeep of het gebruik van een handdesinfecterend middel op alcoholbasis.
  • Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen bij de zorg voor patiënten.